• Meemortel 54, Budel

  • Kapotte kruisband

  • Het kniegewricht is een gewricht wat geen kop en kom heeft. De voorste en achterste kruisbanden samen met de collateraal (zijdelingse) banden zorgen ervoor dat het boven- en onderbeen alleen kan buigen en strekken. Ze voorkomen dat het boven- en onderbeen langs elkaar schuiven. Bij de hond gaat meestal de voorste kruisband kapot.

    In ongeveer de helft van de gevallen is ook de mediale (binnenste) meniscus beschadigd. Een meniscus is een halvemaanvormige kraakbeenring die ervoor zorgt dat het boven- en onderbeen soepel langs elkaar kunnen draaien. Als een kruisband kapot is, komt er speling in het gewricht en gaan de botten onderling langs elkaar schuiven. De meniscus kan dan klem komen te zitten en daardoor beschadigen.

    Symptomen

    Een kapotte kruisband ontstaat plotseling. De hond is ineens erg kreupel aan een achterpoot en rust geeft weinig tot geen verbetering. Soms kan de kruisband gedeeltelijk scheuren. Deze honden worden met de tijd wel wat beter, maar vaak scheurt de kruisband op een later moment toch volledig door.

    Diagnose

    Het bewijs voor een kapotte kruisband is een positieve schuifladetest. Met deze handgreep kun je het boven en onderbeen langs elkaar voelen schuiven. Om de schuifladetest goed uit te kunnen voeren moeten de spieren volledig ontstpannen zijn, daarom is meestal een lichte narcose/sedatie nodig. Een rontgenfoto kan zinvol zijn om te bepalen of er al arthrose aanwezig is.

    Behandeling

    Voor heel kleine honden is niet altijd een operatie nodig. Door hun geringe gewicht belasten ze hun knie veel minder en in veel gevallen wordt het gewricht stabiel genoeg zonder operatie. Voor grotere honden kan men kiezen tussen verschillende stabilisatie-methoden.

    Voor de iets grotere hond tot ongeveer 20 kg is het plaatsen van een laterale teugel een prima stabilisatie methode. Een laterale teugel is een band die wordt geplaatst tussen de crista tibia en de laterale fabella. Dit betekent vanaf een sesambeentje in de knieholte naar de bovenkant van het scheenbeen.

    Voor grote honden gebruiken we de Tight Rope methode. Boven de 20-25 kg zijn de krachten die op de fabella zouden komen bij een laterale teugel te groot. Bij de Tight Rope methode worden er tunnels in de botten geboord waar de band doorheen komt. Een Tight Rope is gemaakt van een Kevlar-achtig materiaal uit de humane geneeskunde. Als de Tight Rope op z’n plaats zit, wordt deze met een speciaal apparaatje op de juiste spanning gezet en afgeknoopt.

    Bij alle stabilisaties methodes wordt eerst het gewricht schoongemaakt. Restanten van de kruisband moeten worden verwijderd, anders blijven deze een ontstekingsreactie in gang houden. Ook worden de meniscussen beoordeeld en bij beschadigingen het beschadigde gedeelte verwijderd.

    Naast bovengenoemde methodes bestaan er ook operaties zoals de TPLO en TTA die door standveranderingen van het bot stabilisatie geven. Door het verzagen van het scheenbeen en deze in een andere stand vast te zetten worden de krachten in de knie veranderd. Dit zal ervoor zorgen dat de voorste kruisband in belaste stand overbodig is.

    Nazorg

    De eerste 2 weken na de operatie moeten de weefsels weer genezen. De hond mag dan alleen kleine rondjes aan de lijn om de noodzakelijke behoeftes te doen. Daarnaast mag het been een aantal keren per dag gestrekt en gebogen worden, mits de hond het zonder tegenstribbelen accepteert. De hond moet op een rustige plaats kunnen liggen, eventueel in een bench. Om het opstaan voor de hond te vergemakkelijken kun je voor een stroeve ondergrond zorgen, bijvoorbeeld door een oud tapijt neer te leggen.

    Van 2 weken tot 2 maanden na de operatie mogen de wandelingen aan de lijn weer geleidelijk worden opgebouwd naar normale afstanden. Echter altijd aan de lijn, om plotselinge bewegingen te voorkomen.

    Na 2 maanden mag rustig aan weer met loslopen worden begonnen. Springen en traplopen moet tot een half jaar na de operatie worden vermeden.